Technische tips bij de installatie van airco- en WP installaties

Het gebruik van fossiele brandstoffen voor het verwarmen van woning wordt afgebouwd en er wordt steeds meer ingezet op nieuwe technologieën. Op vraag van VEKA, kreeg de Odisee Hogeschool de opdracht om een verkennende studie uit te voeren rond de omscholing van klassieke verwarmingstechniekers naar airco- en warmtepomptechniekers.  

Daar Frixis eveneens werd bevraagd kreeg onze organisatie inzicht in de resultaten. Op basis van de daarin vermelde “veel voorkomende installatiefouten bij warmtepompen en airco’s”, lijsten we een aantal (technische) tips op:

 

1. Het warenwetbesluit omtrent drukapparatuur 

Het onder druk controleren van een installatie is bij wet verplicht bij een druk van meer dan 0,5 bar. Bij koelsystemen is dit het geval en dient een druktest te worden uitgevoerd op 1,1 keer de maximale werkdruk. In de praktijk is de druk vaak te laag of wordt er geen druktest uitgevoerd. Belangrijk dus om deze regel te kennen en te implementeren of je begaat een misdrijf en brengt de gebruiker ervan in gevaar. 

 

2. Brandbare koudemiddelen 

Nieuwere koudemiddelen zoals o.a. natuurlijke koudemiddelen zijn meestal brandbaar (A2L), explosief (A3) of kunnen andere risico’s inhouden. Het is dus belangrijk om als koeltechnieker op de hoogte te zijn van de risico’s en hier rekening mee te houden.

Interessante bronnen die u op de Frixis website kan terugvinden: 

 

3. Logboek 

Voor installaties met meer dan 5 ton CO2-equivalent of een inhoud boven de 3kg is een logboek verplicht. Als sectororganisatie raden wij om voor elke installatie een logboek te voorzien. Zo bent u steeds in regel en kan u de historiek van de installatie mooi opvolgen. Wist u dat leden van Frixis logboeken en ander drukwerk aan een aantrekkelijke prijs kunnen aankopen? Ontdek de webshop. 

 

4. Te weinig of teveel capaciteit 

Een airconditioninginstallatie met de juiste capaciteit helpt om de woning langer op temperatuur te houden. Als installateur is het dus van belang om op maat van de ruimte(s) van je klant de capaciteit te berekenen. Zo moet de installatie in de zomer niet overcompenseren en moet de klant, voor het verwarmen in de winter, geen beroep doen op bijverwarming. 

 

5. Hardsolderen 

Door te hardsolderen laat je stikstof door de koppeling lopen en verdrijf je zuurstof in de leiding. Dit gaat vervuiling in de binnenkant van de leiding tegen en vermijdt op langere termijn schade aan elektronische ventielen. Essentiële stap dus in het installatieproces. 

 

6. De juiste leidinglengte 

De fabrikant van voorgevulde systemen geeft minimale en maximale leiding lengtes op. Het is belangrijk om hier rekening mee te houden. Bij te lange leidingen is er een tekort aan koudemiddel, bij te korte leidingen kan een installatie overgevuld geraken. Beide situaties brengen een hoog energieverbruik met zich mee. Verder geeft een tekort aan koudemiddel een grote oververhitting wat je makkelijk kan achterhalen door een temperatuurmeting uit te voeren. 

 

7. Kracht op stek- en flarekoppelingen 

Stek- en flarekoppelingen die te hard worden aangedraaid, komen muurvast te zitten met een grote belasting tot gevolg. Uitzetten is namelijk niet meer mogelijk waardoor de koppeling het na verloop van tijd kan begeven. 

 

8. Onvoldoende waterdebiet bij warmtepompen 

Bij warmtepompen die aangesloten zijn op een kunststof distributiesysteem kan in de perskoppeling de diameter vernauwen. Daardoor kan er teveel weerstand ontstaan waardoor de minimale flow niet haalbaar wordt. De watertemperatuur zal daardoor te hoog oplopen waardoor de warmtepomp zijn capaciteit niet haalt en in storing kan gaan. Het is belangrijk leidingen zorgvuldig te selecteren, zodat het voor de warmtepomp vereiste waterdebiet steeds gehaald wordt.   

 

9. Beschermmantel rond koelleidingen 

Koelleidingen bevatten een voorgeïsoleerde laag. Deze laag volstaat echter niet om te beschermen tegen de ondergrond of beton. Een goede beschermmantel, zoals een pvc-buis of cv-leiding, is noodzakelijk om de leidingen te beschermen tegen inwerking van stoffen en weersinvloeden. 

 

10. Meetrapporten en toelichting 

Eindgebruikers dienen voldoende toelichting krijgen over hoe ze de installatie moeten gebruiken. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk dat eindgebruikers weten dat de ideale koeltemperatuur zo’n 7 graden lager is dan de buitentemperatuur en dat het ongezond is om tot 16 °C te koelen. 

Ook is het interessant om als technieker op een aantal punten te meten. Zo kan je anticiperen op mogelijke problemen. Wanneer je hiervan een gewoonte maakt, weet je al snel welke resultaten abnormaal zijn. We gaan er bijvoorbeeld vanuit dat een split unit uit de doos afgevuld is, maar door transport kan er koudemiddel verloren zijn gegaan.

Dit kan je meten: 

  • Airco: luchttemperatuur van het binnenste deel, het stroomverbruik in ampères 
  • Warmtepomp: de temperatuur aan de in- en uitgaande zijde van de platenwisselaar 

 

Vragen? Aarzel niet om contact op te nemen. Dit kan via de gekende Frixis-kanalen: 02 215 18 34 of info@frixis.be

 

Bron: Odisee Hogeschool
Foto: Freepik

Schrijf u in op onze nieuwsbrief

Ontvang gratis onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte!