Aangepaste wetgeving rond het scholingsbeding

Een scholingsbeding is een clausule waarin een werknemer die tijdens de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst op kosten van de werkgever een opleiding krijgt, zich ertoe verbindt om de werkgever een deel van de opleidingskosten terug te betalen indien hij de onderneming verlaat.

De toepassingsvoorwaarden m.b.t. dit beding zijn bijzonder streng. Om werkgevers aan te moedigen in de opleiding van hun werknemers te investeren, heeft de Kamer op 4 oktober 2018 een wetsontwerp goedgekeurd met het oog op de versoepeling van het scholingsbeding. 

Concreet wordt de minimumloonvoorwaarde geschrapt wanneer het beding betrekking heeft op een opleiding voor een beroep dat of een functie die voorkomt op de lijsten van knelpuntberoepen of moeilijk in te vullen functies.
In de praktijk deed de vrij hoge grens inzake bruto jaarinkomen werkgevers aarzelen om toch te investeren in duurdere opleidingen voor werknemers met een eerder laag loon omdat een scholingsbeding dan niet geldig was. Terwijl juist deze werknemers vaak het meeste baat kunnen hebben bij dergelijke opleidingen.
Met ingang vanaf 10 november 2018 werd de loongrensvoorwaarde geschrapt als het scholingsbeding betrekking heeft op een opleiding voor een beroep dat of een functie die voorkomt op de lijsten van knelpuntberoepen of moeilijk in te vullen functies van de gewesten.
De plaats van tewerkstelling zal bepalen welke gewestelijke lijst van toepassing is.
Alle andere voorwaarden en modaliteiten van het scholingsbeding blijven van toepassing.

Lijsten van knelpuntberoepen
De plaats van tewerkstelling zal dus bepalen welke lijst van knelpuntberoepen of moeilijk in te vullen functies voor u van toepassing is. Op basis van de juiste lijst kan u dan bepalen of een opleiding van een zekere omvang in aanmerking komt voor een scholingsbeding.
De lijsten van knelpuntberoepen zijn beschikbaar op de website van de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling:

Eenvoud siert, zegt men soms. In de wetswijziging voorziet de wetgever echter de mogelijkheid om bij koninklijk besluit en na advies van de Nationale Arbeidsraad alsnog een lijst op te stellen die eenvormig zou zijn voor het hele land en louter voor de toepassing van dit scholingsbeding zou gelden. De bestaande lijsten van de gewesten zouden daarnaast blijven bestaan. 
Hierna vindt u een overzicht van alle voorwaarden om een geldig scholingsbeding te sluiten.

Voor welke werknemers?
Een scholingsbeding kan alleen worden gesloten in het kader van een overeenkomst van onbepaalde duur. Sectoren kunnen d.m.v. cao's bepaalde categorieën van werknemers en/of opleidingen uitsluiten van de toepassing van het scholingsbeding.
Het jaarloon van de werknemer moet meer bedragen dan 34.180 euro (in 2018), zo niet is het beding niet geldig. 
De voorwaarde m.b.t. het minimumjaarloon zal worden geschrapt op de datum van inwerkingtreding van de wetswijziging voor bedingen die betrekking hebben op opleidingen voor een beroep dat of functies die voorkomen op de lijsten van knelpuntberoepen of moeilijk in te vullen functies van de gewesten (zie eerder…).De plaats van tewerkstelling bepaalt welke van deze lijsten van toepassing is. 

Vormvoorwaarden 
Het beding moet schriftelijk worden vastgesteld voor elke werknemer afzonderlijk en ten laatste op het ogenblik waarop de beoogde opleiding aanvangt. Het beding kan dus zowel bij de indiensttreding worden gesloten als tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. 
Het schriftelijk stuk moet het volgende vermelden:
  • een omschrijving van de overeengekomen opleiding, de duur van de opleiding en de plaats waar de opleiding zal plaatsvinden;
  • de kosten van deze opleiding of, ingeval deze kosten niet in hun geheel kunnen worden bepaald, de kostenelementen die het mogelijk maken om de waarde van de opleiding te schatten. Het loon verschuldigd aan de werknemer in het kader van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst evenals verplaatsings- of verblijfskosten kunnen geen onderdeel vormen van de opleidingskosten.
  • de begindatum en de geldigheidsduur van het scholingsbeding. Indien de opleiding aanleiding geeft tot het afleveren van een attest, valt de begindatum van de geldigheid van het scholingsbeding samen met de aflevering van dat attest.
  • Het terug te betalen gedeelte van de scholingskosten door de werknemer als deze de onderneming vóór het einde van de geldigheidsduur verlaat (zie verder).
Eisen m.b.t. de opleiding
De opleiding moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
  • een specifieke opleiding die het mogelijk maakt om nieuwe professionele competenties te verwerven die ook buiten de onderneming kunnen worden gevaloriseerd;
  • de opleiding mag niet voortvloeien uit een wettelijke of reglementaire bepaling om het beroep uit te oefenen;
  • de opleiding moet ten minste 80 uur duren of, ingeval dit aantal uren niet wordt bereikt, de kosten moeten ten minste het dubbele bedragen van het gewaarborgd gemiddeld maandelijks minimuminkomen voor werknemers van 21 jaar of ouder (3.187,52 euro vanaf 1 september 2018).
Als aan een van die voorwaarden niet wordt voldaan, wordt het scholingsbeding geacht onbestaande te zijn. 

Geldigheidsduur van het beding en terugbetaling door de werknemer
De geldigheidsduur van het scholingsbeding moet worden vastgesteld rekening houdend met de kosten en de duur van de opleiding en mag niet meer dan drie jaar bedragen.
Werknemers die de onderneming verlaten vóór de in het scholingsbeding bepaalde duur is verstreken, moeten een deel van de opleidingskosten terugbetalen aan de werkgever.
Het terug te betalen bedrag mag niet hoger zijn dan: 
  • 80% van de opleidingskosten ingeval de werknemer vertrekt vóór 1/3 van de overeengekomen periode;
  • 50% van de opleidingskosten ingeval de werknemer vertrekt tussen 1/3 en uiterlijk 2/3 van de overeengekomen periode;
  • 20% van de opleidingskosten ingeval de werknemer vertrekt na 2/3 van de overeengekomen periode. 
In het kader van een scholingsbeding mag het bedrag nooit hoger zijn dan 30% van het jaarloon van de werknemer.   

Uitwerking van het scholingsbeding
Ter herinnering: een scholingsbeding heeft geen uitwerking indien:
  • de arbeidsovereenkomst hetzij door de werknemer, hetzij door de werkgever wordt beëindigd in de eerste zes maanden vanaf de aanvang van de overeenkomst;
  • de arbeidsovereenkomst zonder dringende reden door de werkgever wordt beëindigd na de eerste zes maanden vanaf de aanvang van de overeenkomst;
  • de arbeidsovereenkomst wegens dringende reden door de werknemer wordt beëindigd na de eerste zes maanden vanaf de aanvang van de overeenkomst;
  • de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd in het kader van een herstructurering zoals bedoeld in de wet betreffende het generatiepact.
De werknemer blijft houder van zijn diploma's of certificaten en moet beschikken over het origineel of een door de opleidingsinstantie voor eensluidend verklaard afschrift.

Inwerkingtreding
De wetswijziging betreffende knelpuntberoepen moet nog in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd.

Bronnen

  • FOD werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg; www.lexalert.be; www.VDAB.be; www.actiris.be 
  • Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten met het oog op de versoepeling van het scholingsbeding en de invoering van een scholingsbeding voor knelpuntberoepen, goedgekeurd op 4 oktober 2018.
  • Artikel 22 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.


* U dient ingelogd te zijn als betalend lid om documenten te downloaden Word lid

Schrijf u in op onze nieuwsbrief

Ontvang gratis onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte!